Welkom op Leeuwarden.nl

 
 
Home
spreekbeurtspreekbeurt

Spreekbeurt

Bron: Brandweer Leeuwarden

Spreekbeurt over.......de brandweer
De brandweer is er om branden te blussen. Dat weten we allemaal.

Als er vroeger brand was, maakten de mensen een lange rij vanaf een sloot of een vijver naar het huis dat in brand stond. Ze hadden een heleboel emmers. De eerste vulde de emmer en gaf die weer door aan de volgende. Die gaf de emmer water weer door net zo lang totdat de emmer bij het brandende huis was. De laatste in de rij gooide de emmer water leeg op het vuur. Zo ging het blussen natuurlijk niet erg snel.

Vroeger waren de huizen bijna altijd van hout en dat brandde heel goed. Dus als er een huis in de brand stond, dan sloeg het vuur snel over naar een huis ernaast. Het kwam vaak voor dat alle huizen van een straat in brand gingen. Zo zijn er vroeger hele dorpen en steden afgebrand.

Jan van der Heyden vond in 1637 de brandslang uit. Dat was een hele verbetering. De slang hing in de sloot. Een pomp pompte water door de slang en zo kwam het water via de slang bij de brand terecht. De brandweer gebruikt nu nog steeds brandslangen en pompen om het bluswater er doorheen te pompen.

Vroeger was de brandweer er alleen om branden te blussen. Nu doet de brandweer nog veel meer. Als er een ongeluk is gebeurd en de mensen zitten klem in hun auto, dan komt de brandweer om ze te bevrijden. De brandweermensen hebben daar speciale gereedschappen voor. Zoals een soort grote schaar,hiermee kunnen  ze zelfs een dak van een auto afknippen. Soms is het nodig om deze schaar te gebruiken bij voorbeeld als iemand klem zit in een auto. 


Als er een auto in de sloot is gereden, komt de brandweer. Er zijn brandweermannen/vrouwen die ook kunnen duiken onder water. Ze zijn brandweerduiker en hebben speciaal geleerd hoe je mensen uit hun auto moet krijgen die in het water is gereden. Dus al er een auto in de sloot of het kanaal is gereden, moet je meteen de brandweer bellen hun nummer is 1-1-2, dit is het  landelijke alarmnummer.
Wanneer een tankauto olie heeft verloren, wordt de weg heel erg glad. Dat is natuurlijk gevaarlijk. De brandweer wordt dan geroepen die hebben speciale spullen om de weg schoon te maken, zodat de andere auto's niet slippen.

Vrachtauto's vervoeren ook wel vaten met stoffen die gevaarlijk zijn of soms wel hele tanks met giftige stoffen. Als er een lek is, komt die stof op de weg en dat is gevaarlijk. Je kunt de damp ervan inademen. Om dat op te ruimen, is alweer de brandweer er. De brandweer heeft speciale pakken, ze heten chemicaliënpakken. Die trekken de brandweermensen aan om zichzelf tegen de giftige stoffen te beschermen. Ook dragen ze perslucht. Daar vertel ik straks iets over.

Zo zijn de brandweermensen goed ingepakt en kunnen ze de gevaarlijke stof opruimen zonder dat ze zelf het gif aanraken of inademen.

De brandweer is er ook om dieren te redden. Het gebeurt wel eens dat er een poes hoog in de boom zit en er niet uit durft. Dan kan je de brandweer bellen. Die komt dan met eens speciale ladderwagen of ook wel met een gewone brandweerwagen waarop een ladder ligt. De ladder schuift uit en een brandweerman/vrouw klimt zo in de boom om te poes te bevrijden. Maar dat is niet het enige. Het komt ook wel eens voor dat er een paard of een koe in de sloot is gegleden en niet zelf op de kant kan komen. Dan komt de brandweer. Die heeft speciale takels om het dier op de kant te takelen.

Een enkele keer komt een koe of een varken in een gierkelder terecht. Die zit vol poep van koeien of varkens, vermengd met water zit. Dat stinkt verschrikkelijk. Bovendien is het gevaarlijk, want in die stank zitten gassen die heel gevaarlijk zijn om in te ademen. Je wordt er bewusteloos van. Brandweermensen met perslucht op, laten zich voorzichtig in de gierkelder zakken en maken een band, een singel heet dat, onder de buik van de koe of het varken vast, waaraan die naar boven kan worden gehesen.

Je ziet dus, dat als je hulp nodig hebt, het heel vaak de brandweer is die je kan helpen.

Er zijn twee soorten brandweer: de beroeps- en de vrijwilligers.

In grote steden, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, zijn vaak branden. Soms wel tien op een dag. Daar is een beroepsbrandweer. Deze brandweermensen hebben dus de brandweer als hun beroep. Ze gaan 's morgens naar de brandweerkazerne en wachten daar totdat er een alarm gaat. Dan springen ze snel in de brandweerauto en racen naar de brand. Of ze gaan mensen uit een auto bevrijden, of een dier in nood. Of giftige stoffen opruimen of een auto uit het water halen. In veel grotere dorpen en kleine steden (hieronder valt ook Leeuwarden) bestaat het brandweerkorps uit zowel beroepsbrandweermensen als uit vrijwilligers.

De beroepsbrandweermensen doen tussen de alarmen door doen allerlei nuttige klussen, zoals de brandweerwagens onderhouden en ook doen ze aan sport. Want een brandweerman of brandweervrouw moet een goede conditie hebben! Brandweerwerk is zwaar werk.

De ploeg brandweermensen die bij de beroepsbrandweer horen slapen ook in de kazerne. Als er 's nachts een alarm gaat, horen ze dat via een speaker in hun slaapkamers. Ze springen uit bed en gaan in hun brandweerpak en springen in de auto. Dan zijn ze ook midden in de nacht heel snel bij de brand.

De volgende morgen gaan ze naar huis en dan komt een nieuwe ploeg brandweermensen in de kazerne. Zo staan in elke gemeente elke dag en nacht brandweermensen klaar om naar een brand of een ongeluk te gaan.

In veel dorpen is er een vrijwillige brandweer. De brandweermensen hebben een ander beroep; ze staan in een winkel, zitten op kantoor of zijn baas van een bedrijf. Ze hebben altijd een 'pieper' op zak. Dat is een apparaatje dat gaat piepen als er een alarm is. Als dat gebeurt, laten ze hun werk meteen in de steek en racen naar de brandweerkazerne. Daar staat de brandweerauto al klaar. Ook hun brandweerpak hangt klaar. Ze schieten in hun pak en rijden zo snel mogelijk naar de brand.Vrijwillige brandweermensen slapen gewoon thuis, maar als 's nachts de pieper gaat, gaan ze snel naar de kazerne en vanaf daar naar de brand of het ongeluk.

Om een brand te blussen heb je speciale kleren nodig die je moeten beschermen, tegen de hitte van het vuur, bijvoorbeeld een helm deze  is erg belangrijk. een helm zorgt ervoor dat je hoofd niet wordt bezeert als er iets zwaars op komt. In een brandend huis kan er van alles naar beneden vallen: balken van het plafonds, bijvoorbeeld.

Onder aan de helm zit een wollen lap. Dat noemen ze een neklap. Is een brandweerman in een brandend huis aan het blussen en er valt iets achterop zijn hoofd of in zijn nek, dan is er niets aan de hand. De neklap beschermt hem tegen brandende vallen spullen. De neklap is van wol omdat dat niet brandt.

Soms heeft een brandweerman of een brandweervrouw een speciale blusoverall aan van wol. Soms een broek en een jas. Die zijn met wol gevoerd. De wol zorgt er voor dat de hitte wordt tegengehouden. Binnen in een brandend huis is het heel heet. Je kunt er niet blijven als je geen speciale kleren aan hebt. In een blusoverall of een bluspak heb je minder snel last van de hitte. Daarom is zo'n pak nodig.

De brandweerman heeft ook speciale laarzen aan veiligheidslaarzen. De neuzen zijn stevig met ijzer aan de binnenkant. Komt er iets zwaars op de laarzen, dan bezeert hij zijn tenen niet. Het ijzer beschermt zijn voeten. De laarzen hebben een dikke zool. Daardoor heeft hij geen last van de hete vloer. Om zijn handen te beschermen heeft hij speciale handschoenen aan.

In een brandend huis is veel rook zo veel dat je niets kunt zien. Het is er pikzwart. Bovendien is die rook erg heet en giftig. Wanneer je die rook inademt, verschroeien je longen. Daar kan je door doodgaan. Een brandweerman heeft verse lucht in een fles op zijn rug. Door een slang gaat die lucht naar een masker dat hij op zijn gezicht heeft. Het masker zorgt ervoor dat hij geen rook inademt, alleen de lucht uit de fles. De lucht in de fles is in elkaar geperst; dan kan er meer in. Daarom noemen ze dit wel perslucht. Maar tegenwoordig praten de brandweermensen over ademlucht. Een brandweerman- of vrouw kan ongeveer twintig minuten werken met de lucht een fles ademlucht dan moet je de fles vervangen door een nieuwe. Na een kwartiertje hoort hij of zij een harde fluittoon dat is het sein om terug te gaan. Je hebt daar is dan ongeveer vijf minuten de tijd voor en dan is je fles leeg.

Als je brandweerman of brandweervrouw wilt worden, moet je eerst heel veel over blussen leren, en over redden en over alle andere dingen die de brandweer doet. Pas als je een diploma hebt gehaald, mag je mee op een brandweerauto. Je moet leren hoe je slangen aan elkaar moet vastmaken en hoe je gewonde mensen moet bevrijden. Na de eerste diploma's kan je nog veel meer diploma's halen, zoals hoe je moet duiken bij de brandweer; over wat je moet doen als er gevaarlijke stoffen zijn gelekt of een diploma die je nodig hebt om chauffeur van een brandweerauto te worden.

Brandweerman of -vrouw zijn lijkt misschien makkelijk, maar het is juist moeilijk.

Het is een gevaarlijk beroep, maar het is natuurlijk heel fijn als je iemand hebt gered. En daarom willen de meeste mensen bij de brandweer: om mensen én dieren te redden!


 

« Terug naar vorige pagina       [] Naar boven

Print dit artikel Print dit artikel     Verstuur dit artikel Verstuur dit artikel  (pop-up)